Het is het einde van het jaar.
Een moment waarop ik vaak vanzelf wat vertraag. Opruim. Letterlijk ook.
Tijdens het opruimen van een kast kwam ik een dun boekje tegen dat ik al jaren niet meer had gezien. *Je bent sprekend je lichaam*, van Ed Nissink. Ik kocht en las het zo’n vijfentwintig jaar geleden. De titel is me altijd bijgebleven.
Het boekje gaat over hoe mensen, via hun lichaam, kleding en omgeving, veel laten zien van zichzelf. Over behoeften, voorkeuren en ideeën — vaak zonder dat ze daar woorden aan geven. Het is geen wetenschappelijke verhandeling, maar eerder een uitnodiging om anders te kijken. Met meer aandacht voor wat er non-verbaal gebeurt.
Terwijl ik het weer in handen had, realiseerde ik me iets. Dat mijn interesse in menselijk gedrag er toen al was. Alleen: ik werkte destijds in een corporate omgeving waarin het hoofd leidend was. Ratio, daadkracht, resultaat. Dat andere — voelen, waarnemen, vertragen — werd niet echt aangemoedigd. Zo heb ik dat in ieder geval ervaren.
Toch borrelde het al. In kleine stapjes probeerde ik het een plek te geven in mijn werk. Soms voorzichtig, soms bijna onzichtbaar. Alsof ik zelf nog niet helemaal durfde toe te geven dat dit was waar mijn aandacht steeds weer naartoe ging.
Ik hield lang vast aan de weg die ik was ingeslagen. Als redder, doorzetter, iemand die volhoudt. Totdat er een harde return nodig was om mijn richting werkelijk te veranderen. Weg van wat ‘verstandig’ leek. Weg van een pad dat ik vooral met mijn hoofd had gekozen.
Achteraf zie ik: dat boekje was geen toeval. Het was een vroege aanwijzing. Een klein signaal van iets dat al in mij aanwezig was — lang voordat ik het echt serieus nam.
En soms laat het leven je pas later zien wat je toen eigenlijk al wist.